Volgens mij worden we al jaren voor de gek gehouden!

In ons vorige blog hebben we verteld over de tijd die het gekost heeft, namelijk 8 maanden, om ons programma te maken. In het begin zei ik: “ik snap niet dat er niet meer mensen zijn die zoiets maken.” Als we van tevoren hadden geweten hoeveel werk erin gaat zitten, hadden we het misschien niet gedaan. Inmiddels zijn we aan het einde gekomen van het maken van het programma en we zijn erg trots op het eindresultaat.

Ons programma heeft 4 pijlers: voeding, beweging, slaap en stressmanagement. Maar er moet natuurlijk een reden zijn om deze 4 pijlers te kiezen.

In de komende weken ga ik in elk blog uitleggen waarom we gekozen hebben voor deze 4 pijlers. Ik begin vandaag met de pijler Voeding.

Volgens mij worden we al jaren voor de gek gehouden. Als we alle voeding gerelateerde reclame zouden mogen geloven, is het niet zo belangrijk wat je eet, een calorie is immers een calorie. En zolang we niet te veel calorieën eten, en genoeg bewegen om die calorieën te verbranden, geen probleem…

…of toch wel?

Ik heb hier een aantal zinnen die je misschien bekend in de oren klinken:

Ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag

Ik kan niet zonder brood

Melk is goed voor elk

Melk de witte motor

Vet is slecht, het moet vermeden worden

Ik heb geen dorst, ik heb alleen zin in frisdrank

Ik lust geen vis

Ik houd niet van fruit, doe mij maar een boterham

Wanneer ik een avond televisiekijk, vliegen de reclames je om de oren. “Eet dit, er zit minder vet in.” “Gelukkig hoeft lekker niet vet te zijn.”

Uit de meest recente onderzoeken blijkt dat we vetten in onze voeding nodig hebben. Iedere celwand van iedere cel in ons lichaam is opgebouwd uit vetten. Meer precies: vetzuren. Er zijn vetzuren die we niet kunnen maken, die moeten we dus eten. Vetzuren kunnen we eveneens als brandstof gebruiken.

Ook hebben we eiwitten nodig, eiwitten zijn nodig als bouwstof: voor de aanmaak van nieuwe cellen en het repareren van schade maar ook als brandstof zijn eiwitten te gebruiken.

Verder hebben we eiwitten nodig voor:

  • Het immuunsysteem (bouwstof antilichamen)
  • Transport (bijvoorbeeld hemoglobine, transporteert zuurstof)
  • Enzymen (breken cellen af, bijvoorbeeld verteringsenzymen)
  • Hormonen

En hoeveel cellen hebben we? Ongeveer 100.000 miljard.

Een groep cellen met dezelfde functie noemen we een weefsel. De verschillende weefsels die gezamenlijk een taak uitoefenen noemen we een orgaan. Verschillende organen die een gezamenlijke functie uitoefenen noemen we een stelsel, bijvoorbeeld het spijsverteringsstelsel.

Dat spijsverteringsstelsel bestaat uit een aantal organen: mond, slokdarm, maag, lever en galblaas, alvleesklier, 12-vingerige darm, dunne darm, dikke darm en endeldarm. Ieder orgaan in het systeem zijn eigen functie. Met zijn eigen hormonen, enzymen en transportsysteem.

Tot slot hebben we nog koolhydraten. De functie van koolhydraten is vooral energie geven. Vooral voor de hersenen en rode bloedcellen zijn koolhydraten belangrijk. Dan gaat het over energievoorziening.

Koolhydraten kun je opsplitsen in enkelvoudige suikers of meervoudige suikers en je kunt ze splitsen in verteerbaar en onverteerbaar.

Enkelvoudige suikers zijn bijvoorbeeld: fructose, galactose en glucose.

Meervoudige suikers zijn bijvoorbeeld: lactose, maltose en sacharose

Er is een specifieke functie voor onverteerbare koolhydraten, zij voeden onze darmbacteriën.

En deze darmbacteriën, die zijn interessant voor ons, omdat ze ons lichaam ondersteunen met de aanmaak van stoffen die we zelf niet maken.

En hoe weten we nu wat eten is voor ons als soort, als mens?

Dit weten we doordat we geëvolueerd zijn. We zijn er nog! Onderweg moeten we iets goed hebben gedaan.

Ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden is de soort mens (homo sapiens) begonnen met het maken van stenen werktuigen. Dit markeert het begin van het zogenaamde jager-verzamelaars bestaan.

Deze periode van jager-verzamelaar heeft geduurd tot ongeveer 10.000 jaar geleden. In het Midden-Oosten ontstond toen de landbouw. In Europa duurde het wat langer voor we landbouw begonnen: 5.000-8.000 jaar geleden.

Tot aan die landbouw was er niet één specifiek dieet, er waren net zoveel manieren van eten als er omgevingen waren waarin de mens woonde. Er was echter wel een manier van eten die de locatie overstijgt. Binnen die grenzen van eten heeft ons genoom (de complete genetische samenstelling van een organisme, cel of virus) zich ontwikkeld. Die overstijgende manier van eten past ook vandaag nog het best bij ons als soort.

Hoe zag dat dieet er dan uit?

Vleeseters of planteters?

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat onze hersenen 2,5 miljoen jaar geleden een enorme groeispurt hebben gemaakt. Die groei is ten koste gegaan van ons spijsverteringsstelsel. Dat is alleen te verklaren doordat onze voeding bestanddelen bevatte die die groei konden bewerkstelligen: vlees, ingewanden en merg. Zonder deze voedingsmiddelen hadden onze hersenen nooit zo groot kunnen worden (expensive tissue hypothesis)

Uit een aantal antropologische studies komt het bewijs dat het voedingspatroon gekenmerkt werd door een hoge eiwitinname.

Uit onderzoek, gepubliceerd in de Etnografische Atlas, blijkt dat 35 % van de totale calorie inname bestond uit plantaardig voedsel en dus 65% bestond uit dierlijk voedsel (vlees en vis).

Deze 3 wetenschappelijke onderzoekslijnen bevestigen dat levensmiddelen met een dierlijke oorsprong altijd een aanzienlijk deel van ons voedingspatroon hebben uitgemaakt.

De huidige voedingspiramide lijkt helemaal niet op het voedingspatroon van de jagers-verzamelaars.

Zoals je kunt zien, nemen granen en melkproducten een belangrijkere plaats in dan vetten. Beiden hebben nooit deel uitgemaakt van het voedingspatroon van de jagers-verzamelaars.

In Nederland eten en drinken we pas 3000 jaar granen en melkproducten, terwijl het voedingspatroon van jagers-verzamelaars enkele miljoenen jaren onderdeel is geweest van onze leefstijl.

Zou het kunnen dat hier een relatie ligt met het krijgen van een zogenaamde laaggradige ontsteking?

Onze genen hebben zich simpelweg nog niet aan deze “nieuwe” voedingsmiddelen aangepast.

En…waarom zou het een probleem kunnen zijn?

Granen bevatten zogenaamde anti-nutriënten en antinutriënten zijn eigenlijk secundaire stoffen die planten ontwikkelen om zich te beschermen tegen ziekteverwekkers en herbivoren.

Het menselijk lichaam heeft evolutionair gezien weinig ervaring (minder dan 10.000 jaar) in het herkennen en verwerken van deze stoffen. Het is geen wonder dat deze stoffen problemen voor onze gezondheid met zich mee kunnen brengen – ze worden door het lichaam gezien als indringers en kunnen zo ontstekingsreacties oproepen.

Een van de meest onderzochte anti-nutriënten is lectine. Lectines worden aangetroffen in verschillende soorten granen, waaronder tarwe, rogge, gerst, haver, maïs en rijst. Ook peulvruchten zoals bonen, kikkererwten en linzen zijn een bron van deze onwelkome antinutriënten.

Deze lectines kunnen schade veroorzaken aan je darmwand, ze storen de opname van voedingsstoffen, beschadigen de bacteriële flora in je darm en hebben een negatieve invloed op de werking van je immuunsysteem.

Melkproducten zorgen voor de volgende problemen:

Koemelk bevat het koolhydraat lactose, wat hoort te worden afgebroken door een specifiek enzym: lactase. Het is bekend dat we dit enzym verliezen naarmate we ouder worden. Daardoor wordt lactose niet meer afgebroken en wordt het een irriterende stof voor ons spijsverteringssysteem.

Verder bevatten melkproducten het eiwit caseïne.  Koemelk bevat 3 x zoveel caseïne als moedermelk en de verhouding tussen caseïne en serumeiwitten is bij koemelk 80:20 en bij moedermelk 20:80.

Is wel een verschilletje…

Caseïne is een stof die gebruikt wordt om een van de sterkste lijmen te maken die we kennen: caseïnelijm. Deze stof zorgt ervoor dat koemelkproducten slijm producerend zijn, ze kunnen de darmwand “verslijmen” maar ook bijvoorbeeld de longen. Het is bekend dat koemelk producten betrokken zijn bij vrijwel alle ademhalingsproblemen.

Tot slot nog even dit:

Naast wat we eten, is wanneer we eten ook erg van belang. Iedere keer dat we eten, verhogen we onze bloedsuikerspiegel. Je lichaam reageert daarop door insuline aan te maken. Wat je eet heeft een invloed op hoe hoog je insuline piek wordt, hoe vaker je eet des te vaker maakt je lichaam insuline aan. Insuline is ook bekend als je opslag hormoon. Het slaat niet direct gebruikte energie op, in de vorm van glycogeen in je lever en spieren. Als deze voorraadkast is gevuld, sla je de energie op in de vorm van vet.

Dat is een onderwerp voor een volgend blog!

Plaats een reactie